Kennisbibliotheek

De ACE-vragenlijst

Waren er omstandigheden in jouw kindertijd die een jeugdlitteken hebben kunnen veroorzaken?

In de jaren negentig voerden Vincent Felitti en Robert Anda een van de grootste onderzoeken ooit naar de relatie tussen jeugdervaringen en gezondheid op volwassen leeftijd. Ze vroegen meer dan 17.000 mensen naar tien categorieën van schadelijke ervaringen vóór hun achttiende jaar. Het resultaat: hoe meer van die ervaringen iemand had meegemaakt, hoe groter de kans op psychische en fysieke klachten later in het leven.

Ze noemden dit de ACE-score — Adverse Childhood Experiences. Geen diagnose, geen oordeel. Een signaal. Een manier om zichtbaar te maken wat er misschien al eerder was, maar nooit zo benoemd.

Wat de vragenlijst meet

De tien categorieën vallen uiteen in twee domeinen: misbruik en huishoudelijke disfunctie. Per categorie geldt: herkende je dit vóór je achttiende jaar, dan telt het als één punt.

Een hoge score is een signaal — geen zekere uitkomst. Veel hangt af van context, veerkracht en de steun die er was. Kinkers beschrijft in zijn onderzoek dat zelfs één betrouwbare volwassene in de jeugd het risico op latere klachten significant kan verlagen.

En: een lage score betekent niet dat er geen jeugdlittekens zijn. Er zijn patronen die ontstaan uit subtielere omstandigheden — een ouder die emotioneel niet beschikbaar was, een gezin dat veiligheid niet kon bieden, chronische onzekerheid zonder aanwijsbaar incident. De ACE-lijst meet wat meetbaar is. Niet alles.

Beantwoord 0 / 10
  1. 1

    Werd je thuis vaak uitgescholden, vernederd of zo aangesproken dat je bang was dat je pijn gedaan zou worden?

  2. 2

    Werd je thuis fysiek mishandeld — geduwd, geslagen, geschopt — en raakte je daadwerkelijk gewond of deed het echt pijn?

  3. 3

    Heeft ooit een volwassene of iemand die minstens vijf jaar ouder was je seksueel misbruikt?

  4. 4

    Had je vaak het gevoel dat niemand in je gezin van je hield, je bijzonder vond of naar je omkeek?

  5. 5

    Had je regelmatig te weinig eten, droeg je vuile kleren, of was er niemand die je beschermde als je ziek of in gevaar was?

  6. 6

    Zijn je ouders van elkaar gescheiden of gegaan, of heb je een ouder verloren door overlijden of verlating?

  7. 7

    Was je moeder of stiefmoeder slachtoffer van geweld door een partner — geslagen, geschopt, bedreigd?

  8. 8

    Groeide je op met iemand die een ernstig drankprobleem had of drugs gebruikte?

  9. 9

    Woonde je samen met iemand die depressief was, psychische problemen had of een zelfmoordpoging deed?

  10. 10

    Is er ooit iemand in je directe gezin gevangengezet?

Wat een hoge score niet betekent

Een hoge ACE-score is geen eindoordeel over je leven of je mogelijkheden. Het is een beschrijving van omstandigheden — niet van wie je bent.

Onderzoek laat ook zien dat veerkracht reëel is. Eén betrouwbare volwassene in de kindertijd, of het nu een leraar, opa of buurvrouw was, kan het risico op latere klachten significant verlagen. Context telt. Steun telt. En het vermogen om te begrijpen wat er is gebeurd, telt ook.

De score vertelt iets over wat er was.
Niet over wat er mogelijk is.