In een volwassen relatie blijft het hypergeactiveerde systeem doen wat het altijd deed: scannen op signalen van dreigende verbinding. Maar er is een mechanisme dat dit in stand houdt, ook als de partner beschikbaar en betrouwbaar is.
Dat mechanisme heet negatieve werkmodellen van hechting — de diepgewortelde verwachting dat verbinding niet stabiel is. Die verwachting filtert binnenkomende informatie. Positieve signalen — de partner is er, de partner zegt dat hij van je houdt — worden minder goed opgeslagen dan negatieve signalen. Een moment van afstand weegt zwaarder dan tien momenten van nabijheid.
Geruststelling helpt daardoor maar tijdelijk. Het systeem verwerkt de geruststelling — maar de onderliggende verwachting blijft intact. Even later begint het scannen opnieuw. Niet omdat de partner iets verkeerds doet, maar omdat het systeem is gecalibreerd op een omgeving die niet meer bestaat.
Daar komt de pursuer-withdrawer dynamiek bij — beschreven door Sue Johnson in haar werk over EFT. Hoe harder het angstige systeem zoekt naar bevestiging, hoe meer de partner zich soms terugtrekt. Wat het angstige systeem leest als bewijs dat de verbinding inderdaad niet veilig is — en wat de intensiteit verder verhoogt.
Geruststelling raakt het symptoom. De onderliggende verwachting — verbinding is niet stabiel — blijft intact totdat die zelf wordt aangepakt.