Tik op een bron om de toelichting te lezen.
Ainsworth beschreef het angstig-ambivalente patroon als een van de twee basisvormen van onveilige hechting. Haar observaties van de vreemde-situatietest lieten zien hoe kinderen met dit patroon voortdurend de aandacht op zichzelf vestigen — huilen, vastklampen, protesteren — zonder dat terugkeer van de moeder hen tot rust bracht. De basis voor het begrip hyperactivatie als hechtingsstrategie.
Een van de meest geciteerde overzichtsartikelen over het angstig-ambivalente patroon. Cassidy en Berlin beschrijven hoe kinderen met dit patroon leren dat overdreven signalering — luid huilen, aandacht opeisen, intense reacties — de meest effectieve strategie is om een onvoorspelbare verzorger te bereiken. De hyperactiverende strategie als aangeleerd gedrag, niet als karaktertrek.
Mikulincer en Shaver beschrijven uitgebreid hoe de hyperactiverende strategie zich voortzet in volwassen relaties. Inclusief onderzoek naar negatieve werkmodellen van hechting — de verwachting dat verbinding niet stabiel is — en hoe die verwachting geruststelling op de lange termijn ondermijnt. Standaardwerk voor de doorwerking van het angstige patroon in volwassen relaties.
Bowlby's tweede deel over het hechtingssysteem richt zich specifiek op scheiding en verlies. Relevant voor het begrip separatieangst als kern van het angstige patroon: de activatie die ontstaat bij afwezigheid van de gehechtheidsfiguur, en de moeite om die activatie te reguleren zonder externe geruststelling.