Tik op de node om de toelichting uit te klappen.
Vermoeidheid die er gewoon is. Niet na een zware dag, niet na slechte slaap — maar als achtergrondtoestand. Je bent uitgerust en toch niet echt uitgerust.
Spanning in het lichaam die je pas opmerkt als iemand het benoemt. Een strakke kaak. Schouders die omhoog zijn. Een ademhaling die ongemerkt hoog en oppervlakkig is geworden.
Gevoeligheid voor prikkels die anderen nauwelijks opmerken. Een geluid dat te hard is. Licht dat te fel is. Een geur die te aanwezig is. Niet altijd, niet overal — maar vaker dan bij anderen.
Slaap die niet altijd geeft wat je ervan verwacht. Lang genoeg geslapen, en toch niet hersteld. Of juist: veel slaap nodig om te functioneren — meer dan mensen om je heen.
Lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak. Maagklachten als iets spannend is. Hoofdpijn die opkomt na emotioneel beladen situaties. Een lichaam dat reageert op dingen die de geest al lang heeft weggelegd.
Misschien heb je dit altijd als jouw manier van zijn beschouwd. Als aanleg, als karakter, als hooggevoeligheid. Dat label klopt voor een deel. Maar er is ook een andere verklaring: een zenuwstelsel dat heeft geleerd altijd klaar te staan.