Tik op de node om de toelichting uit te klappen.
Het hechtingssysteem en het vlucht-systeem zijn biologisch onverenigbaar. Ze kunnen niet tegelijkertijd actief zijn — het ene vraagt toenadering, het andere vraagt afstand. Bij een veilig gehecht kind lost dat conflict zich op: de verzorger is veilig, het hechtingssysteem wint, het kind zoekt troost.
Bij het gedesorganiseerde patroon lost het conflict zich niet op. De verzorger is tegelijkertijd de bron van troost en de bron van angst. Toenadering activeert angst. Afstand activeert verlating. Er is geen veilige positie.
Wat een zenuwstelsel dan doet: bevriezen. Dissociëren. Fragmenteren. Dat zijn niet de reacties van een kind dat iets verkeerds doet — dat zijn de noodreacties van een systeem dat vastloopt. Bevriezing is de toestand van het autonome zenuwstelsel als vechten en vluchten allebei niet kunnen. Dissociatie is de toestand van een geest die zich afkoppelt van wat niet te verdragen is.
Wat er daarna ontstaat is geen strategie — het is het ontbreken van een strategie. En dat ontbreken wordt zelf de organiserende kracht. Niet een patroon van consequent terugtrekken of consequent zoeken, maar een patroon van tegenstrijdige impulsen die elkaar blijven tegenwerken. Niet als keuze. Als het enige wat overbleef.