Tik op de node om de toelichting uit te klappen.
Het verlangen naar nabijheid dat er echt is — en de beweging terug zodra die nabijheid dichterbij komt dan een bepaalde grens.
Intense verbinding gevolgd door een omslag die je zelf niet altijd begrijpt. Niet als bewuste keuze — als iets wat ineens anders voelt, zonder dat je kunt zeggen waardoor.
De neiging om iemand te idealiseren in het begin. Het gevoel dat dit anders is, dat deze persoon veilig is. En dan, op een bepaald moment, de omslag — waarbij diezelfde persoon ineens heel anders voelt.
Moeite om te vertrouwen dat de ander blijft. Testen — niet bewust, maar door gedrag dat de ander uitnodigt te bewijzen dat hij niet weggaat. En tegelijk de angst dat als hij blijft, hij misschien toch niet te vertrouwen is.
Soms: niet weten wat je voelt. Of te veel voelen tegelijk. Of het gevoel dat je reacties groter zijn dan de situatie — en niet begrijpen waarom.
En misschien dit: dat je na een heftige periode soms niet goed weet wat er is gebeurd. Dat het voelde als iets wat je overkwam, meer dan iets wat je deed.