Bronnen

Waar dit op is gebaseerd

Tik op een bron om de toelichting te lezen.

Wetenschappelijke bronnen
Dysregulatie, dissociatie en het versnipperde zelfbeeld
Siegel, D.J. (1999) The Developing Mind. Guilford Press.

Siegel beschrijft hoe vroege hechtingservaringen neurale circuits vormen die later automatisch activeren. Zijn werk over de prefrontale cortex en haar rol in zelfreflectie is direct relevant voor waarom herkenning bij dit patroon zo moeilijk is: onder hoge activatie valt precies het hersengebied gedeeltelijk uit dat reflectie, overzicht en zelfobservatie mogelijk maakt. Herkenning vereist regulatie — en regulatie is wat dit patroon het minst betrouwbaar kan.

Liotti, G. (2004) — Trauma, dissociation, and disorganized attachment: Three strands of a single braid. Psychotherapy: Theory, Research, Practice, Training, 41(4), 472–486.

Liotti beschrijft de relatie tussen gedesorganiseerde hechting, dissociatie en trauma als drie verweven processen. Zijn werk is relevant voor het begrip van waarom het gedesorganiseerde patroon zichzelf niet als patroon herkent: dissociatie — het automatisch afkoppelen van overweldigende ervaringen — maakt continuïteit van zelfobservatie structureel moeilijk. Wie dissocieert, heeft geen toegang tot wat er net is gebeurd.

Hesse, E. & Main, M. (2000) — Disorganized infant, child, and adult attachment: Collapse in behavioral and attentional strategies. Journal of the American Psychoanalytic Association, 48(4), 1097–1127.

Hesse en Main beschrijven hoe het gedesorganiseerde patroon zich over de levensloop ontwikkelt — van het bevriezende kind tot de volwassene met een versnipperd zelfgevoel en moeite met coherente autobiografische narratieven. Relevant voor het begrip dat het zelf dat toeschouwer zou moeten zijn bij herkenning, bij dit patroon zelf onderdeel is van het conflict.

Vinkers, C. (2026) Littekens uit je jeugd. Balans.

Vinkers beschrijft hoe jeugdlittekens zich het diepst ingraven als ze het vroegst zijn ontstaan en het minst coherent zijn verwerkt. Zijn toegankelijke benadering sluit aan bij de kern van deze node: wie het patroon niet als patroon herkent, heeft daarvoor geen externe validatie nodig — maar het helpt wel om te weten dat wat moeilijk te zien is, niet onzichtbaar hoeft te blijven.

→ Zie ook: bronnen bij Wat het kind leerde