Misschien lees je dit omdat iemand anders iets zei. Een partner die hetzelfde patroon voor de derde keer benoemde. Een therapeut die iets spiegelde wat bleef hangen. Een moment van rust waarin iets zichtbaar werd wat in beweging onzichtbaar was.
Misschien herken je dit: dat je in het moment zelf altijd een verklaring had. Dat de aanleiding er was. Dat de reactie logisch voelde vanuit wat je zag en voelde. En dat je pas achteraf — soms lang achteraf — iets zag wat er eerder niet in paste.
Misschien ook dit: dat zelfreflectie moeilijk is op de momenten dat het het meest nodig is. Dat je in rust best kunt nadenken over wat er is gebeurd — maar dat in het moment zelf die afstand er niet is.
Of dit: dat je jezelf soms niet goed kent. Niet als gebrek, maar als werkelijkheid. Dat de vraag wie ben ik eigenlijk? geen makkelijk antwoord heeft — en dat dat soms zwaar is.
Als je dit herkent: dat is geen zwakte. Dat is wat er gebeurt als een systeem zo vroeg zo hard heeft moeten werken dat het nooit de rust kreeg om zichzelf te leren kennen.
Zichzelf niet kennen is niet hetzelfde als geen zelf hebben. Het is een zelf dat nog niet veilig genoeg was om zichtbaar te zijn.