Herkenning

Hoe herken je de weerstand tegen herkenning zelf

Tik op een stap om de toelichting uit te klappen. Tik opnieuw om te sluiten.

Herkenning van normalisering
Hoe herken je dat je iets hebt genormaliseerd?

Normalisering is moeilijk te herkennen van binnenuit — juist omdat het zo goed werkt. Als iets altijd zo is geweest, is er geen referentie voor hoe het anders had kunnen zijn.

Maar er zijn aanwijzingen.

Bij jezelf:
Je herkent normalisering als je jezelf iets hoort zeggen als: "Zo gaat dat toch bij iedereen?" of "Het was gewoon zo bij ons thuis." Of als je merkt dat je een patroon in jezelf pas herkent nadat iemand anders het benoemt — en dat het dan klopt, maar ook vreemd voelt. Alsof je iets ziet wat er altijd al was maar nooit een naam had.

Een andere aanwijzing: als je verdedigend wordt wanneer iemand iets over je kindertijd zegt. Niet omdat het niet klopt — maar omdat het te dicht bij iets komt wat je liever niet als problematisch ziet.

Bij een ander:
Je herkent normalisering bij een ander als hij patronen beschrijft die hem zelf volkomen normaal lijken, maar die jou opvallen als afwijkend. Als hij reageert op jouw observatie met verbazing: "Is dat dan niet normaal?" Of als hij zijn eigen kindertijd beschrijft zonder enige emotionele lading — vlak, feitelijk, alsof hij het over iemand anders heeft.

Dat emotionele vlak is soms een teken dat iets zo goed is genormaliseerd dat het niet meer als persoonlijk wordt ervaren. Het is geschiedenis geworden — maar het werkt nog steeds.

Herkenning van onvolledige herinneringen
Hoe herken je dat het geheugen lacunes heeft?

Het geheugen is geen opname. Het is een reconstructie — en een reconstructie die wordt gekleurd door wat iemand nu voelt, wat hij wil geloven, en wat te pijnlijk is om volledig te laten zijn.

Bij jezelf:
Je herkent onvolledige herinneringen als je merkt dat bepaalde periodes uit je kindertijd wazig zijn. Niet dramatisch — gewoon: er is niet veel. Geen specifieke herinneringen, geen geur, geen sfeer. Alleen een algemeen gevoel.

Of je herkent het als je een herinnering hebt die niet klopt met wat een ander zich herinnert van dezelfde periode. Niet omdat iemand liegt — maar omdat jullie allebei een selectieve reconstructie hebben gemaakt vanuit een ander perspectief.

Een subtielere aanwijzing: als je merkt dat je kindertijd in je herinnering vooral bestaat uit feiten — wat er gebeurde, wie er was, wat er werd gezegd — maar niet uit gevoelens. Emotionele herinneringen worden anders opgeslagen dan feitelijke. Als de feiten er zijn maar de gevoelens niet, zegt dat iets.

Bij een ander:
Je herkent onvolledige herinneringen bij een ander als hij moeilijk specifiek kan worden over zijn kindertijd. Als algemene uitspraken de plek innemen van concrete ervaringen: "Het was gewoon fijn" of "Er was niks bijzonders." Niet als bewijs van iets — maar als aanwijzing dat het geheugen selectief is geweest.

Herkenning van loyaliteit als blokkade
Hoe herken je dat bescherming van de ouder de herkenning blokkeert?

Loyaliteit aan ouders is menselijk — en vaak ook terecht. Maar loyaliteit kan ook een blokkade worden als het de eerlijke beoordeling van wat er was in de weg staat.

Bij jezelf:
Je herkent loyaliteit als blokkade als je merkt dat je bij het lezen van deze pagina steeds de neiging hebt om je ouders te verdedigen. "Maar ze deden echt hun best." "Ze hadden het zelf ook moeilijk." "Het was een andere tijd."

Al die dingen kunnen waar zijn. En ze sluiten niet uit dat het klimaat toch zijn sporen heeft nagelaten. Maar de verdediging komt soms sneller dan de eerlijke terugblik. Als het verdedigen automatisch gaat — als reflex, niet als afweging — is het de moeite waard om te vragen: wat bescherm ik hier eigenlijk?

Een andere aanwijzing: als je jezelf merkt dat je schuldgevoel voelt bij het herkennen van een patroon. Alsof het zien van wat er was een aanklacht is tegen je ouders. Dat schuldgevoel is loyaliteit — en het is begrijpelijk. Maar het blokkeert ook.

Bij een ander:
Je herkent loyaliteit als blokkade bij een ander als hij steeds terugkeert naar de intenties van zijn ouders als je zijn ervaringen bespreekt. "Maar ze meenden het goed." "Ze wisten niet beter." Niet als nuancering — maar als afsluiting. Als een manier om het gesprek te beëindigen voordat het te dicht bij iets komt.

Dat is geen onwil. Het is bescherming — van de ouders, maar ook van zichzelf. Want wie zijn ouders loslaat als enige verklaring, moet ergens anders gaan kijken. En dat is soms moeilijker.