Een hechtingspatroon ontstaat niet door een beslissing. Het ontstaat door herhaling.
Het jonge brein is buitengewoon gevoelig, juist in de periode dat de eerste relaties zich vormen. Wat een kind keer op keer ervaart, wordt geen herinnering in de gewone zin. Het wordt een verwachting. Een onbewuste inschatting van hoe de wereld werkt, hoe mensen reageren, wat je kunt verwachten als je iets nodig hebt.
Die verwachting noemen we een intern werkmodel. Het concept komt van John Bowlby, de grondlegger van de hechtingstheorie. Het idee is eenvoudig maar verstrekkend: het kind bouwt vroeg een intern model van zichzelf en de ander. Twee vragen liggen daarin besloten:
Ben ik de moeite waard om voor te zorgen?
Is de ander beschikbaar als ik hem nodig heb?
De antwoorden op die vragen worden niet bedacht. Ze worden gevoeld, keer op keer, in kleine alledaagse momenten. Een ouder die reageert op gehuil. Of niet. Een ouder die troost biedt bij pijn. Of wegkijkt. Een ouder die er is als het kind terugkomt. Of verdwenen is.