Moeite om te benoemen wat je voelt — niet omdat er niets is, maar omdat je even niet weet hoe je erbij kunt.
Het gevoel dat anderen emotioneel ingewikkelder zijn dan jij. Dat je soms kijkt naar mensen die huilen of overspoeld raken en denkt: ik begrijp dat niet zo goed.
Soms een golf van iets — verdriet, boosheid, verlangens — die nergens vandaan lijkt te komen. Alsof het lichaam iets weet wat jij niet weet.
Moeite met stilzitten in moeilijke gesprekken. De neiging om te analyseren in plaats van te voelen. Om te begrijpen in plaats van te zijn.
Of dit: dat je pas achteraf weet wat iets met je deed. Dat je in het moment functioneert, en later — soms dagen later — iets voelt wat er toen al was.
Niet weten wat je voelt is geen leegheid. Het is een deur die lang geleden dichtging.