Tik op de node om de toelichting uit te klappen.
Elk hechtingssysteem is gecalibreerd op het detecteren van signalen van nabijheid en afstand. Die signalen worden continu verwerkt — bewust en onbewust. In een relatie gebeurt die verwerking niet in isolatie: het systeem van de ene partner reageert op het gedrag van de ander, en omgekeerd.
Dat produceert een feedbacklus. De reactie van partner A is input voor het systeem van partner B. De reactie van B is input voor het systeem van A. Na verloop van tijd is er een patroon ontstaan — niet als keuze maar als logisch gevolg van twee systemen die op elkaar reageren.
Gottman (1999) beschreef dit als de negatieve interactiecyclus: een zichzelf versterkend patroon van actie en reactie dat los van de inhoud van conflicten zijn eigen momentum krijgt.
Activatie als brandstof. Wat de cyclus aandrijft, is activatie. Een vermijdend systeem dat zich terugtrekt, activeert het angstige systeem van de ander — die meer nabijheid zoekt. Die zoektocht naar nabijheid activeert het vermijdende systeem verder. Het terugtrekken neemt toe. De zoektocht neemt toe.
Geen van beiden kiest voor de cyclus. Beide systemen doen precies wat ze hebben geleerd te doen onder druk.
Symmetrie en asymmetrie. Niet alle combinaties produceren dezelfde cyclus. Twee vergelijkbare patronen kunnen elkaar versterken of compenseren. Twee tegengestelde patronen produceren de meest herkenbare cycli — maar ook de moeilijkst te doorbreken, omdat elk systeem de ander bevestigt in precies de verwachting waarmee het begon.