Een buitenstaander die de relatie van dichtbij meemaakte zag soms de dynamiek eerder dan de betrokkenen zelf.
Bij een vermijdend-angstige combinatie zagen zij de ongelijkheid in initiatief: de ene partner die toenadering zocht, de andere die ruimte hield. En hoe die ongelijkheid in de loop van de tijd groter werd — niet door conflict, maar door herhaling.
Bij twee angstige patronen zagen zij de intensiteit van de verbinding — en hoe die intensiteit ook de conflicten kleurde. Hoog en laag wisselden snel af. Perioden van diepe verbinding en perioden van zware onzekerheid. Van buiten was zichtbaar hoe uitputtend dat ritme was.
Bij een gedesorganiseerd patroon met een van de anderen zagen zij de partner zonder het gedesorganiseerde patroon zoeken naar voorspelbaarheid in een relatie die die voorspelbaarheid niet consistent bood. En hoe die zoektocht zelf onderdeel werd van de dynamiek.
Wat van buitenaf zichtbaar was, was vaak de vorm van de cyclus — niet de inhoud van wat er werd gezegd.