Naarmate de maskeringsfase sleet, werd van buitenaf zichtbaar wat van binnenuit werd ervaren als normaal verloop.
Bij het vermijdende patroon zagen mensen buiten de relatie hoe de ene partner geleidelijk meer moeite deed dan de ander — en hoe de afstand die eerst als ruimte werd omschreven, langzaam een andere lading kreeg.
Bij het angstige patroon zagen zij de toenemende gespannenheid — de kleine aanpassingen, de verhoogde alertheid op toon en timing, de energie die het kostte om de onzekerheid te dragen. Soms vroegen zij zich af hoe lang dit vol te houden was.
Bij het gedesorganiseerde patroon zagen zij de ander — degene zonder het gedesorganiseerde patroon — zoeken naar houvast in een relatie die geen stabiel patroon bood. Warm en dan koud, dichtbij en dan weg. Van buiten was zichtbaar hoeveel energie dat kostte voor beide kanten.
Wat van buitenaf zichtbaar werd, was geen drama — het was een dynamiek die uit zichzelf taaier werd.