Tik op de node om de toelichting uit te klappen.
Interne werkmodellen — het concept dat Bowlby introduceerde — zijn de cognitieve en affectieve schema's waarmee het hechtingssysteem de wereld organiseert. Ze zijn gevormd in vroege hechtingservaringen en worden bevestigd of bijgesteld door latere relaties.
Wanneer een relatie eindigt zonder dat het onderliggende patroon wordt onderzocht, blijft het werkmodel intact. Erger: het wordt bevestigd. De overtuiging "zo gaat het altijd" krijgt een nieuw bewijsstuk.
Siegel beschrijft hoe herhaalde activatie van hetzelfde patroon neurale paden versterkt. Wat vaker wordt geactiveerd, wordt sneller en automatischer geactiveerd. Het narratief is niet alleen een gedachte — het is een ingeslepen verwerkingsroute.
Het gevolg voor de activatiedrempel: het systeem hoeft minder bewijs te verzamelen vóór het herkent. Kleine signalen die vroeger neutraal waren, worden nu gelezen als bevestiging van het narratief. De opbouwtijd wordt korter — niet omdat de situatie gevaarlijker is, maar omdat het filter gevoeliger is geworden.
Mikulincer & Shaver tonen aan dat geactiveerde hechtingsonveiligheid de verwerking van informatie vertekent: ambigue signalen worden vaker negatief geïnterpreteerd, positieve signalen worden onderschat. Het narratief stuurt de waarneming al vóór er iets is gebeurd.
Dit mechanisme is niet pathologisch — het is een aanpassing. Het systeem probeert te leren van het verleden. Het probleem is dat het leert van een verleden dat niet meer het heden is.