Narratieven

Het gekristalliseerde narratief

Tik op de node om de toelichting uit te klappen.

Wat er gedacht werd
Drie versies van een overtuiging die werkelijkheid voelde

"Ik weet hoe dit gaat. Ik heb dit eerder meegemaakt."

"Ze zegt dat ze er altijd voor me is. Dat zeiden ze allemaal."

"Ik geloof het als het aanhoudt."

De overtuiging is er al vóór de relatie iets heeft gedaan om haar te rechtvaardigen. Ze wacht — op bevestiging.


"Ik heb niemand nodig. Dat heb ik mezelf aangeleerd."

"Als ik het zelf doe, hoef ik niet teleurgesteld te worden."

"Dat is geen angst. Dat is gewoon hoe ik in elkaar zit."

Het narratief voelt als karakter. Niet als overtuiging — als identiteit. Dat maakt het moeilijker te zien.


"Ik wil dit zo graag. En tegelijk weet ik niet of ik het aankan als het echt wordt."

"Ik trek aan en stoot af en ik snap zelf niet waarom."

"Misschien ben ik gewoon niet geschikt voor relaties."

Twee overtuigingen die niet samen kunnen bestaan, maar tegelijk waar voelen. De conclusie die volgt is bijna altijd over zichzelf — zelden over het mechanisme.

Een narratief is een conclusie die ooit klopte, en is blijven gelden voor situaties waarvoor ze niet was gevormd.