Narratieven

Innerlijke verhalen over wat er speelde

Tik op de node om de toelichting uit te klappen.

Wat er gedacht werd
Sensatie, emotie en gevoel — uit de eerste persoon

"Ik voelde het direct. Nog voor hij uitgesproken was."

"Er was iets in mijn borst — een soort samentrekken."

"Ik wist het gewoon. Ik hoef dat niet uit te leggen."

Het gevoel was er. Of de situatie het rechtvaardigde, deed er op dat moment niet toe — het lichaam had al beslist.


"Ik zei wat ik voelde. En hij zei dat het niet klopte."

"Maar hoe kan hij zeggen wat ik voel?"

"Het was zijn toon. Die toon kende ik."

Wat ze uitsprak was een interpretatie. Wat ze voelde was iets ouders. Het verschil was er — maar in het moment ontoegankelijk.


"Het was niet zijn schuld. Ik weet dat."

"Maar het voelde wel zo."

"En dat gevoel was reëel, ook al was de aanleiding klein."

Soms weet je achteraf dat de intensiteit niet klopte met het moment. Dat inzicht komt later — als het systeem weer tot rust is gekomen.

Het verhaal komt na het gevoel — en het gevoel komt na de sensatie. De volgorde verklaart waarom het zo moeilijk uit te leggen is.