Regulatie werkt hier niet omdat deze mensen beter zijn of meer geluk hebben. Het werkt omdat het litteken op dit moment niet geraakt werd.
Dat heeft drie gevolgen die tegelijk gelden:
Het zenuwstelsel is niet in overlevingsstand — het executief denken blijft online, er is toegang tot taal en perspectief.
De ander is beschikbaar als co-regulatiebron — niet de bron van onveiligheid, maar de persoon bij wie het systeem tot rust kan komen.
Er is voldoende basisveiligheid in de relatie — genoeg vertrouwen om toenadering te riskeren zonder dat dit als bedreiging wordt gelezen.
Deze drie voorwaarden zijn geen karakter. Ze zijn de uitkomst van wat er in dit moment wel en niet geraakt werd.
→ Hoe hechtingspatronen co-regulatie bepalen: kennis/activeringsmoment