Handvat

Als je terugkijkt

Niet wat je antwoordt telt, maar hoe het voelt om het te vertellen.

Dit is geen test en geen vragenlijst die ergens een uitslag geeft. Je gaat jezelf zo een paar dingen vertellen over je leven tot nu toe. Het gaat niet om goede antwoorden. Het gaat om wat er gebeurt terwijl je het vertelt. Of het makkelijk gaat, of je ergens even stilvalt, of iets je meteen meesleept. Dat merken is alles.

Je hoeft niets op te schrijven. Veel mensen doen dit het liefst rustig, misschien met de ogen even dicht. Wil je iets vastleggen, bijvoorbeeld om het later te herlezen of mee te nemen naar een gesprek, dan kan dat onderweg. Wat je typt blijft op je eigen apparaat en wordt nergens naartoe gestuurd.

Drie mensen die het probeerden

Hieronder staan drie mensen die hetzelfde deden. Niet als voorbeeld van hoe het moet, maar om te laten zien dat het mag haperen. Je hoeft niets netjes te maken.

"Mijn vader was vaak weg en als hij er was wist je nooit welke versie er binnenkwam. Lang dacht ik dat het aan mij lag. Nu niet meer. Het was niet fijn, maar ik kan erover praten zonder dat ik instort. Mijn mooiste herinnering is gek genoeg heel gewoon. Een keuken, mijn oma, soep."

"Of ik me thuis veilig voelde. Nee, eigenlijk niet. Maar goed, dat is lang geleden, daar heb ik het verder niet over. Het is gebeurd, je gaat door. Volgende vraag."

"Wat ik nog zou willen doen als ik morgen slecht nieuws kreeg. Ik weet het niet. Ik denk meteen aan haar en dan ben ik weg, dan zit ik er weer helemaal in, en ik kan niet eens de vraag afmaken want ik

Je kijkt niet naar hoe goed je leven was. Je kijkt naar hoe het voelt om erover te vertellen.

Hoe je terugkijkt

Begin hier. Lees de zinnen hieronder en kies degene die op dit moment het dichtst in de buurt komt. Er is geen goede keuze. En "weet ik niet" is ook een antwoord.

Je mooiste herinneringen

  • Wat zijn je mooiste herinneringen, en waar bestaan ze uit?
  • Wie komt erin voor?
  • Komt liefde erin voor, en in welke vorm? Liefde die je kreeg, of liefde die je gaf?

Ging dat vanzelf, of werd je ergens stil? Allebei zegt iets.

Blijft op dit apparaat. Niemand leest mee.

De rest

  • Stel je krijgt morgen slecht bericht. Wat zou je dan nog willen doen?
  • En wie zou je dan dicht bij je willen hebben?
  • Waar ben je trots op? En is dat iets wat je deed, of iets wat je werd?

Merk je waar het ruim wordt en waar het knijpt? Daar zit de informatie.

Blijft op dit apparaat. Niemand leest mee.

Drie manieren waarop het ging

Misschien herken je in hoe het ging een van deze drie. Geen daarvan is goed of fout. Het is geen oordeel, het is informatie over waar nog iets ligt.

Iets vloeide. Je kon het heel vertellen, ook als het pijnlijk was. Het verhaal bleef liggen zonder dat het te veel werd.

Iets klapte dicht. Je noemde het en legde het meteen weg. Het is geweest, daar praat je niet over. Die beweging zelf zegt iets.

Iets overspoelde. Je begon en werd meegetrokken. Je kon niet op de kant blijven staan.

Dichtklappen of overspoelen betekent niet dat er iets mis is met je. Het laat zien waar iets nog niet af is. Dat is geen eindpunt, het is een begin.

En weet je nog welke zin je aan het begin koos? "Ik kijk liever niet te lang terug" lijkt op dichtklappen. "Ik weet niet wat ik moet voelen" ligt dichter bij overspoeld of verdoofd. Je had het zelf al half door.

Verder kijken
Bleef er iets dichtzitten?

Bleef er een vraag dichtzitten, of wil je begrijpen waar dat vandaan komt? Lees dan hoe vroege ervaringen doorwerken in later. En merk je dat iets zwaarder weegt dan een reflectie aankan, kijk dan wat begeleiding kan betekenen. Dit blijft een voorportaal, geen plek om in weg te kruipen.

Je verleden valt niet te herschrijven.

Maar het verhaal dat je erover vertelt, is nog in beweging.

  1. Main, M., Kaplan, N. & Cassidy, J. (1985). Security in infancy, childhood, and adulthood: A move to the level of representation. Monographs of the Society for Research in Child Development.

    De samenhang van iemands levensverhaal, niet de zwaarte van wat er gebeurde, is in dit onderzoek de marker voor veilige of onveilige hechting. Dat onderbouwt de kern van dit handvat: het gaat om of je het kunt vertellen, niet om wat je vertelt.

  2. Vinkers, C. (2026). Littekens uit je jeugd. Prometheus.

    Vinkers laat zien dat een score nooit recht doet aan een mensenleven en dat juist wat niet in de vragen past vaak het meeste zegt. Ook de gedachte dat het verleden niet te herschrijven is, maar het verhaal dat erop volgt wel, komt hiervandaan. Dit ondersteunt het slotblok en de keuze om geen cijfer te vragen.

  3. Van der Kolk, B. (2016). Traumasporen in lichaam, brein en geest. Uitgeverij Mens!

    Beschrijft hoe het vertellen van een verhaal kan vloeien, dichtklappen of overspoelen, afhankelijk van de toestand van het zenuwstelsel. Dit onderbouwt de drie vormen in sectie 7.