Fisher beschrijft verliefdheid als een primair motivatiesysteem op basis van fMRI-onderzoek. Haar werk legt de neurobiologische basis voor de maskeringsfase: verhoogde dopamine-activiteit, verminderde prefrontale controle, en de gerichte aandacht op de partner als beloningsbron. De basis voor het inzicht dat de vroege fase neurobiologisch een ander oordeelsvermogen heeft dan de fase die erop volgt.